Het is en blijft een vreemd fenomeen: jeugdliteratuur. In de boekhandels goed afgescheiden van de titels voor volwassenen. Blijkbaar gaat het om andere boeken. De taal is nochtans dezelfde, de thematiek ook (misschien wordt er rond de erotische scènes om geschreven, maar zou dat voldoende zijn om het verschil te rechtvaardigen?). Het aantal pagina’s is meestal lager (maar niet altijd), de kaft is meer bedoeld om jongeren aan te spreken (?), en het zijn tenslotte ook andere auteurs. Dat laatste vind ik het meest verwonderlijke. Als schrijver krijg je sowieso een etiket opgekleefd, van jeugdauteur of auteur tout court. Geen tussenweg. Geen cross-over.
Do van Ranst is een jeugdauteur uit Hamme. In de Standaard der Letteren las ik een lovend stuk over zijn nieuwe boek (mag je dat bij jeugdauteurs ‘roman’ noemen? Ik vermoed van niet) Moeders zijn gevaarlijk met messen (Prijs Knokke-Heist). Een niet doordeweekse titel. Op de boekenbeurs kochten we het boek, zogezegd voor de kinderen, lieten het signeren (knappe man trouwens, die Do). Ik was de eerste lezer thuis. Ondertussen zie ik dat M. een ander boek van Do van Ranst (Dit is Dina) heeft gekocht en aan het lezen is.
Zelf was ik zeer enthousiast. Mogen volwassenen jeugdboeken lezen?
