is de titel van een boekje dat Emma moest lezen voor school. En of ik, de avond voor de proef, het ook eens wou lezen, om er over te spreken, een paar vragen te stellen, …
Eric-Emmanuel Schmitt is een naam die me niet onbekend voorkwam. Meer dan eens heb ik een boek van hem (la Rêveuse d’Ostende of Ulysse from Badgad) vastgenomen, doorbladerd, maar nooit gelezen. En nu dus Oscar et la dame rose, een niemendalletje (81 bladzijden) over een jongen van 10 die lijdt aan kanker en zijn laatste dagen in het ziekenhuis doorbrengt, tussen dokters, verpleegsters en een oudere vrouw in roos uniform, die de kinderen komt entertainen. Het boekje bestaat uit een tiental brieven aan god, die de kleine Oscar schrijft op aanraden van La dame rose. Zij onderhoudt hem met haar gelogen verhalen over haar catchverleden, en door hem voor te houden dat hij zich moet voorstellen dat elke dag tien jaar beslaat, en hij vandaag tien is, maar morgen al twintig, enz. Zo sterft Oscar in zijn verbeelding niet op 10-jarige leeftijd, maar als een stokoude man van honderd, die alle levensfazen heeft doorlopen. Hmm. Ja, een boek over een kind dat gaat sterven raakt altijd, maar goed vond ik het niet. Emma wel, en dat is wellicht het belangrijkste.
Een zin heb ik wel genoteerd. Oscar wordt 40, en dan 50, en heeft een ander meisje gekust dan zijn ‘vriendinnetje’. Zegt de roze dame: “Le démon de midi, Oscar. Les hommes sont comme ça, entre quarante-cinq et cinquante ans, ils se rassurent, ils vérifient qu’ils peuvent plaire à d’autres femmes que celles qu’ils aiment”. Oscar gerustgesteld, schuldgevoelen afgelegd.
