De droom van de Kelt

Laat ik het maar meteen bekennen. Van Vargas Llosa ben ik een grote fan. Al van toen een professor Spaanse taalkunde me de betrekkelijke voornaamwoorden liet tellen in een fragment van La tía Julia y el escribidor. De liefde is nooit meer overgegaan. Het technische meesterschap van Conversación en la Catedral (twee dialogen die in elkaar overgingen, ik stond perplex), en sindsdien ben ik zowat alles van Vargas Llosa blijven lezen. Als student kocht ik één keer per week El País, om van zijn opiniestuk te genieten. En dat ben ik blijven doen. Of hij nu schreef over Irak, over vrijheid, over liberalisme, over ecologie: het was altijd een beetje bijzonder, en ik was het altijd met hen eens. Een jaar of tien geleden vroeg een student mij tijdens een consersatieles Spaans wie mijn grootste idool was. Ik kon niet anders antwoorden dan Mario Vargas Llosa, en ik werd er ontroerd van. Niet alleen zijn boeken, ook zijn levensstijl. Twee jaar gaan wonen in Berlijn om een boek te schrijven en wat les te geven aan de universtiteit, dan naar Londen, naar Washington, altijd voor een paar jaar. Een droom…

Maar nu over die andere droom, die van de Kelt. Het laatste boek van de laatste nobelprijswinnaar is nog niet vertaald, dus kon ik het heerlijk lezen in het Spaans. Even wennen, want het is een paar jaar geleden dat ik nog Spaans las. Maar dan klikte het weer, mijn oude vriend teruggevonden. El sueño del Celta gaat over het leven van Roger Casement, die als consul het onrecht aanklaagde in Congo en in Peru, op een einde van zijn leven de Ierse vrijheidsstrijd aanwakkerde, en tussenin nog tijd vond om homofiel te zijn en daar dagboekaantekeningen over te maken die hem zuur zouden opbreken. Maar ik vertel er verder niets over. El sueño del Celta is een grote Vargas Llosa, en dat betekent heel wat.

Plaats een reactie

close-alt close collapse comment ellipsis expand gallery heart lock menu next pinned previous reply search share star