Pas Congo uitgelezen. Een hele karwei, want de geschiedenis van Congo vertel je niet in 100 bladzijden. Een karwei ook omdat het boek de lezer, aangegrepen door zoveel tegenspoed en telkens terugkerende rampen, uiteindelijk toch geen duidelijkheid geeft. Dat is geen verwijt: wat een geschiedenis, die van Congo! Haar beschrijven is onbegonnen werk, is geen realistisch plan.
David Van Reybrouck heeft er nochtans een concrete ambitie van gemaakt. Via honderden ontmoetingen met grote leiders en kleine mensen (of eigenlijk omgekeerd, in de ogen van de auteur) slaagt Van Reybrouck er in om toch een relatief overzichtelijk verslag uit te brengen. De geschiedenis van Congo lijkt zo, netjes in hoofdstukken onderverdeeld, bijna beheersbaar. Maar de lezer beseft dat, van zodra het boek dichtgaat, de letters weer door elkaar lopen, anarchie terug de bovenhand neemt, de vrienden vijanden worden en omgekeerd, en de lijn maar schijn was.
Zelf ben ik het meest aangegerepen door de kleine geschiedenis van de reizen van de auteur door Congo. Van de verrassende ontmoetingen, de precaire omstandigheden, de bijna coups, craches en andere bedreigingen. De moed van de auteur. En hoe hij blijkbaar moeiteloos het vertrouwen van mensen wint. Door zijn authenticiteit. Die hem in staat stelde om unieke getuigenissen te verzamelen, en dezelfde authenticiteit die uiteindelijk de lezer overtuigt.
Maar het blijft een karwei. Waarom is geschiedenis niet zo eenvoudig als een roman?