Lijf en leed

Een gemiste dokter. Zo voel ik me wel eens. Als ik bij de huisdokter langsga, neem ik het gesprek zo snel mogelijk in handen. Ik beslis wanneer we overgaan van de ondervraging naar het onderzoek. Ik bouw het gesprek trouwens zelf op, met de zijsprongetjes, de accenten, de conclusie. Ten slotte stel ik ook zelf de diagnose. Een gemiste dokter dus.

De enige kans om dat in te halen, naast de maandelijkse dokterbezoekjes, is medische programma’s kijken op teevee, naar medische sites surfen op internet en genieten van medische literatuur. Dat laatste valt wel eens tegen: ofwel te vulgariserend, ofwel te technisch.

Lijf en leed van Jan van Gijn vormt daar een uitzondering op. Het boek van de neruroloog is spannend van begin tot eind. Spannend en leerrijk. En dan ook nog eens prachtig uitgegeven, een echt hebbeding. Geen enkele hersenfunctie is mij nu nog vreemd. Grapje: de hersenen zijn zowat het meest complexe dat ik ken. Maar wat ik bedoel: mijn interesse voor geneeskunde viert bij zo’n boeken hoogtij. Jan van Gijn heeft het over ethiek, over geschiedenis, over onderzoeksmethodes, maar het blijft boeiend tot het einde. In een volgend leven word ik zeker dokter.

Het enige wat mij wat tegenzit: de auteur is een neuroloog, en dus gaat het eigenlijk voortdurend over hersenen en zenuwen. Er valt dus nog veel te schrijven. Elke huisdokter zou verplicht, aan het einde van zijn leven, zijn ervaring moeten delen in boekvorm. En elke specialist. Ik haal gegarandeerd de hele collectie in huis.

Plaats een reactie

close-alt close collapse comment ellipsis expand gallery heart lock menu next pinned previous reply search share star