Journal d’un corps van Daniel Pennac. Een dagboek, enkel over het lichaam. Zijn eigen lichaam (wat een vreselijk woord, laat ik het maar bij ‘lijf’ houden). Leek mij een leuk project. Heb ik eigenlijk ook al een paar keer gedaan, met het korte leven dat een dagboek bij mij beschoren is. De indeling is niet volgens de datum (wat heeft een lijf met een datum te maken?), maar wel een telsom. Zo staat er bijvoorbeeld 56 jaar, 5 maanden en 8 dagen. Of wat verder: 73 jaar, 1 maand en 20 dagen.
Wat een lijf allemaal te verduren krijgt. Eerste ervaringen (Pennac is zwaar onder de indruk van de eerste zaadlozing), onverwachte pijnen, fysieke extases, en dan, over de helft van het boek, een lange maar zekere aftakeling. En eigenlijk heb ik bij het lezen ongeveer dezelfde interesse gevoeld die ik sowieso voor lijven voel: fascinatie voor het jonge lijf, dan een langzame verveling die insluipt, met misschien een tijdelijke heropleving voor de leeftijd die ik zelf nu heb, en dan weer verder bergaf. Kortom, ik heb me door de laatste 100 bladzijden moeten slepen.
OK, hier en daar staan er rake opmerkingen. Over hoe een lijf nooit de gewaarwordingen van het andere geslacht kan voelen (un homme ignore tout de ce que ressent une femme quant au volume et au poids de ses seins, et que les femmes ne savent rien de ce que ressentent les hommes quant à l’encombrement de leur sexe.). En er waren nog passages die me hebben geboeid. Maar voor het overige is een lijf een eigenaardig ding, dat misschien meer moet betast, gestreeld, geslaan, gegrepen, enz. worden dan beschreven.
Het komt voorlopig niet goed tussen de Franse literatuur en mij.