Modiano is een schrijver die ik al heel lang volg. Van Une Jeunesse (1981) of De si braves garçons (1982). En alles van daarvoor heb ik in pocket ingehaald. Veel Modiano dus. Ik herinner me hoe ik hem in een Franse les, op een taalcursus in Parijs, verdedigde. Of hoe ik gefascineerd keek naar de uitzendingen van Apostrophes, waar Modiano om het jaar werd opgevoerd, een paar zinnen stamelde, geen enkel antwoord afmaakte, en hoe ik met hem meevoelde, toch probeerde een betekenis te vinden in wat hij zei.
Dan ben ik een periode minder trouw geweest. Een paar opflakkeringen, maar ook een lange tijd niets. De betovering was er al lang niet meer. En nu, bij de recentste Modiano, , komt ze ook niet terug. Het vage, onbepaalde, stoort me meer dan vroeger. Meer vragen dan antwoorden, weinig voortgang. Alleen het geografische schrijven, of hoe noem je dat, boeit me sterk. De wandelingen, de plaatsen, de herinneringen aan pleinen, straten, appartementen. Lezen met de stadskaart, dat is aan mij besteed. Telkens ben ik geneigd om de plaatsen op te zoeken op een digitale kaart.
Veel meer valt er over L’herbe des nuits niet te zeggen. Jammer… Oude liefde vergaat.