Het succesboek van Javier Marias zat al een tijdje in de boekenkast. Mooi verpakt nog, samen met een Spaanse vertaling van Le Colonel Chabert van Balzac (moet ik ooit toch eens herlezen). Gekocht in de Fnac, denk ik. Om mijn Spaans te oefenen. En omdat ik van Marias al meer had gelezen, en goed bevonden. Wijze man, wijze woorden.
De verliefden dus. Zo luidt de Nederlandse vertaling. De verliefdheden, in het Spaans. Een roman die liefelijk begint, met een observator (Maria Dolz) die later hoofdpersonage wordt. Die observeert, bewondert en misschien wel een beetje jaloers is. Positief jaloers, want ze krijgt er zelf een kick van, van dat openlijke geluk, van die ostentatieve verliefdheid, van die enamoramientos.
Het koppel wordt na 50 pagina’s abrupt verbroken als hij wordt vermoord. Later blijkt in opdracht. Door een verliefde man, die het niet kan aanzien dat zijn beste vriend gelukkig getrouwd is met de vrouw van z’n dromen. Of was die vriend zwaar ziek, en was de moord een goede daad, een vriendendienst? Helemaal zeker worden we niet.
De roman volgt het hoofdpersonnage, Maria dus, die niet echt verliefd wordt, nuchter genoeg blijft om een en ander uit te zoeken. Die dingen hoort die niet voor haar oren bestemd waren. Maar die zich niet geroepen voelt om alles uit te bazuinen. Uit verliefdheid?
En Chabert? Wat komt hij hier bij doen? De dode die terugkeert. Er komen een paar mooie citaten uit de novelle, en er zijn wat gelijkenissen, maar ik vind de voortdurende parallel wat bij het haar getrokken…
Ook dit: zeker 100 pagina’s te veel. Je kan ze er zo uit knippen, en niemand heeft er last van. Dat is jammer.
Ook jammer: het enkele plezier. Vroeger las ik Spaanse boeken en genoot ik twee keer: voor het Spaans en voor het verhaal. Die grote gevoeligheid voor het Spaans ben ik met de jaren blijkbaar verloren. Eén keer genieten maar.