Derde deel van
de cyclus Mijn Strijd. Over de kinderjaren van Knausgard. Kan ook afzonderlijk gelezen worden, al is er een duidelijk verband met de reactie van de schrijver toen zijn vader stierf (in de vorige delen).
De kinderjaren zijn, van alle levens zeker, de jaren die het meest markeren. Niet altijd de mooiste, maar wel de beklijvendste. Jammer dat we ons daar zo weinig van herinneren. Dat lijkt wel contradictorisch.
Van dat geheugenverlies heeft Knausgard geen last. Zonder twijfels vertelt hij elk detail dat hem is overkomen. En omdat er in dit deel weinig filosofische uitwijdingen staan, leest het makkelijkst en is het ook mijn favoriet. Tot nog toe.
Wat een gelijkenissen tussen Knausgard en mezelf. Of is het boek zo universeel dat iedereen er zich in herkent?
Deel 4 is al in huis.