Van Maartje Wortel was Ijstijd niet goed bevallen. Soms goed geschreven, maar als boek niet beklijvend. Wat niet betekent dat Wortel niet kan schrijven. Ze kan het wel.
En toen er in de pers (ik hoorde een radio-uitzending waarin de omroepster aandoenlijk positief was over het boek) lovende commentaar kwam over de verhalenbundel, was ik snel overtuigd. Een roman schrijven is een ding, een verhaal iets anders. En dat kan Wortel wel. Heel goed zelf. Sommige verhalen uit Er moet iets gebeuren zijn van de beste die ik gelezen heb in het Nederlands. Doen me denken aan Chandler.
Geen idee hoe het komt. Is het de toon? De stijl? De personages die bijblijven? Geen idee. Maar het is allemaal echt. Geen opsmuk, geen romantiek. En daarom heb ik meestal bewondering voor alle personen die in die verhalen rondlopen. Voor hun eerlijkheid, hun echtheid. Die ongetwijfeld die van Wortel is.
Het hoogtepunt vond ik het dubbel verhaal Er moet iets gebeuren en He is al gebeurd, over een zoon die zich van het leven beroofd heeft met een scheermes, over de ouders vooral. De vader, die kansen heeft verkeken. Denkt hij. Dat hij het had kunnen voorkomen. Het eerste gedeelte komt vooraan in de bundel, en het tweede zit meer naar achteren. De terugkomst treft de lezer. Het besef dat dezelfde mensen terugkomen was bij mij raak. Zoveel verwondering vind je niet in de literatuur. Een bundel om te koesteren, dus.
Die eerlijkheid? Vanaf de eerste zin. “Eigenlijk ging het al lang niet echt goed met me. Helemaal niet goed zelfs. In het begin deed ik er nog weleens geheimzinnig over, maar daarna zei ik gewoon tegen iedereen die het horen wilde dat ik het allemaal vrij moeilijk vond: doorgaan”. Meer moest ik niet lezen om tot aankoop over te gaan. Ook al was het niet digitaal te krijgen.