De lessen van het alledaagse leven, stond er als ondertitel voor het boek van Michael Foley. Met ouder worden, of gewoon uit slijtage, word ik daar aandachtig voor. De kracht van gewone dingen. Daarvan ben ik al altijd overtuigd. Voor mij geen noodzakelijke kicks. Ik hoef niet op wereldreis. En routine lijkt op mij geen vat te hebben. Als ik voor de 5487ste keer hetzelfde doe, raak ik daar niet ontmoedigd van, en kan ik er nog de zin van inzien.
Zo’n mens ben ik dus. En dus dacht ik dat Lang leve het gewone helemaal mijn ding zou zijn. Een soort gelijk krijgen. En zo was het ook in het begin. Maar al snel ergerde ik me aan de stijl, die niet uitblonk in eenvoud. En nog meer aan de structuur, of beter gezegd de afwezigheid daarvan. Want eigenlijk is dit boek een leuk verpakte bundeling van middelmatige essays, dikwijls over filosofie.
Wat ik gemist heb: frisheid in de eerste plaats. Het is een soort boek dat je met veel zin begint, en steeds minder graag opneemt. Tot je er de brui aan geeft.Bij mij was dat na 2/3. Dan was de maat vol.
Van een boek over eenvoud had ik vooral ook eenvoud verwacht. Een gecompliceerd boek over eenvoud, dat is niet aan mij besteed.
Jammer.