Michael Foley gaat in zijn nieuwe boek op zoek naar de essentie van plezier. Eerst zet hij zich buiten de wereld van de pleziermakers, maakt hij er zich vrolijk over (en met de humor van
Foley is niets mis), en dan denk je dat je de toon van het boek wel doorhebt, maar geleidelijk aan krijgt hij meer en meer sympathie voor de zoektocht naar plezier, herkent hij die ook bij zichzelf, met als hoogtepunt de salsalessen die hij volgt.
In aparte hoofdstukken legt Foley in Isn’t this fun uit dat plezier overal binnengedrongen is, en dat dit niet eens erg hoeft te zijn. Plezier in de politiek, plezier in de godsdienst, in de manier waarop mensen met elkaar omgaan, van trommelen tot zingen tot spelen tot … Dat plezier misschien wel de wereld redt.
De logica van Foley is niet altijd sluitend, en ik betrap hem wel eens op een redenering die hij vooral maakt voor de aardigheid, maar wat een erudiete man is hij, en met welk gemak maakt hij de lezer deelgenoot van zijn onderzoek en verwondering.
Kortom, ik ben een fan. Foley verveelt niet, en is een zeldzaam fenomeen. Doet verlangen naar meer.