Sneller dan verwacht, een tweede boek van Saramago. De hoofdreden is dat ik een paar weken terug in Bertrand was, zogezegd de oudste boekhandel ter wereld, in Lissabon. Dus kon ik het niet laten er iets te kopen van een Portugese schrijver. En omdat ik geen Portugees lees, was het aanbod beperkt. Maar ze sloegen er wel een stempel in (dit boek is gekocht in de oudste …). Daar had ik
het eigenlijk ook om gedaan.
Tous les noms is het verhaal van een ambtenaar van de dienst bevolking, in een Kafkaiaanse sfeer (met Kafkaiaanse zinnen, met wel met minder brio dan Kafka) die op zoek gaat naar een vrouw waarvan de fiche toevallig blijft plakken aan die van een bisschop (mijnheer José verzamelt in zijn vrije tijd extra info over bekende figuren). De vrouw is allerminst bekend (een gescheiden lerares wiskunde, die later zelfmoord pleegt om haar grijze bestaan) maar mijnheer José geraakt door haar geobsedeerd. Op zijn manier. Hij haalt halsbrekende toeren uit om meer te weten te komen van haar, soms op een omslachtige manier die veel simpeler kon (door in het telefoonboek te kijken bijvoorbeeld).
Heel veel details over de methodiek bij de dienst bevolking (hier herken ik het best Kafka) en over de minutieuze benadering van mijnheer José om meer te weten te komen over het leven van de vrouw. Zijn inbraak in de school waar ze als leerlinge geweest is, neemt tientallen bladzijden in beslag, en dat alleen om enkele leerlingenfiches in handen te krijgen. Soms boeiend, ook vermoeiend.
Er waren passages waar ik mee opliep, maar toch te weinig. Vooral naar het einde van het boek, toen ik doorhad dat we op het wat ontgoochelende slot afstevenden, nam mijn enthousiasme af. Een bijzonder boek, maar het is voor mij niet af. Voilà.