Meer van dat. Ja toch. Zeker omdat My name is Lucy Barton samen met Everything is possible een tweeluik vormt. Dezelfde personages, dezelfde verhalen, maar vanuit en ander oogpunt. En het werkt.
Heeft natuurlijk met het métier van Elisabeth Strout te maken. Een groot deel van het verhaal wordt verteld vanuit de kamer van Lucy in een New Yorks ziekenhuis. Een kamer waar ook haar moeder aanwezig is, half wakend, half slapend. In Everything is possible was de moeder vooral afwezig. Lucy trouwens ook. Maar alle andere personages komen terug. En ze worden met dezelfde gevoeligheid beschreven. Af en toe een zin om te onthouden. En bijna overal superbe in de eenvoud.
Net zoals bij Everything is possible wordt het boek niet beter naar het einde. Het lijkt alsof de schrijver wat beheersing verliest met de bladzijden. Of misschien ligt het aan de lezer.
Goede boeken vragen geen leeservaring. Dat is ook het geval met My name is. Belezen mensen houden ervan, maar ook wie nooit in zijn leven een boek las leest geboeid door. En dat wil wat zeggen.