Een ambitieuze roman. Van 550 bladzijden, dus sowieso veel te lang. Maar zwaar bewierookt en unaniem geprezen. En dus viel mijn reserve weg. Mijn reserve voor magna opera. Er was onder andere een interview op TV. Waarbij de auteur ook weer veel lof kreeg toegezwaaid. En omdat Ilja Leonard Pfeijffer naar het Passa Portafestival kwam, ging ik er zelf ook naartoe. Op dat moment was ik het boek al aan het lezen. Het gesprek in Brussel was zeer vermakelijk.
Met het boek zelf vlotte het intussen wat minder. Er is bijvoorbeeld de breedvoerige stijl die mij niet zo ligt. Ik hou meer van kort en hard. En zelf was ik ook niet zo enthousiast over de verschillende verhaallijnen. Ze waren er, maar je kan bezwaarlijk zeggen dat ze elkaar versterkten of aanvulden.
Af en toe had ik zelfs de indruk dat Pfeijffer aan het schrijven was met Wikipedia of een andere encyclopedie open. En daardoor kon het mij op den duur niet meer schelen waar die laatste Caravaggio gebleven was. De overpeinzingen van Pfeijffer over toerisme, die ik eerst interessant vond, werden zoveel herhaald, dat de lezer er flink genoeg van krijgt. Ik toch.
Eigenlijk is dit best een genietbaar boek. Maar wel overroepen, en vooral te ambitieus. Met zo’n ambitie kan het volgens mij alleen maar fout gaan. Ik blijf het wel vreemd vinden dat zoveel lezers het met mij oneens zijn, en dat ze blijkbaar wel in de ban waren, van begin tot einde.
Ik denk dat ik mij over een paar maanden aan een ander boek van Pfeijffer waag. Een gewoon boek. En nadat ik me vergewist heb dat er niet om de haverklap van die platte seksscènes in zitten. Die ergerden mij nog het meest.