Een maand of wat geleden was Japan gastland bij Le Furet du Nord. Mijn oog viel op de NRF-uitgave van de debuutroman van Yukio Mishima. Vandaar dat ik nu Mishima in het Frans gelezen heb, In een nieuwe vertaling, stond er op de flap.
Een roman is Confessions d’un masque niet echt. Meer bedenkingen, impressies, af en toe een verhalend stuk. Een allegaartje. In de goede betekenis. Van alles wat. Maar nooit oprecht.
Mishima vertelt over zijn jeugd, zijn homoseksualiteit, hoe hij die ontdekt, moet verbergen, en vooral hoe hij omgaat met het andere geslacht. Met veel zijsprongetjes en ook, onvermijdelijk, enkele passages die misschien iets te cultureel gebonden zijn. Voor mij. Niet-kenner van Japan.
Eerst was ik enthousiast, dan veel minder, en op het einde weer meer. Vreemd dus, want meestal zit er meer lijn in mijn evaluatie.
Wat mij heel sterk aansprak: enkele treffende gelijkenissen. Veel van zijn gevoelens zijn mij niet vreemd. Het sterkst voelde ik dat wanneer hij vertelt hoe hij wel verliefd werd op meisjes (vooral op één meisje, Sonoko), maar met dat gevoelen niets kan uitrichten. Als de liefde concreet wordt (fysiek) voelt Mishima hoe weinig hij door meisjes wordt aangetrokken. En waarom kan hij er dan verliefd op worden, met alle sterke gevoelens die daar bij horen. Met alle lafheid ook, want hoe krijgt hij dat gezegd aan Sonoko?
Aan seksuele appetijt ontbreekt het hem nochtans niet. Zijn diepste fantasieën (fantasmes) troffen mij: zijn fascinatie voor bloed, voor lijven die geraakt of gestoken worden. Voor messen, voor jongens die geen andere aspiraties hebben dan vechten, die onbetrouwbaar zijn en daarom in zijn ogen onweerstaanbaar.
Ik was dan weer ontgoocheld in de te ver gezochte bewoordingen, de overdadige beeldspraak, met vergelijkingen die (in mijn ogen) nergens toe leiden. Misschien typisch voor een beginnend schrijver. Ik moet zeker nog meer lezen over Mishima, want ook zijn leven lijkt alles behalve saai geweest te zijn. Tragisch eerder.