Na Oorlog en terpentijn was ik toe aan een nieuwe Hertmans. Zijn boeken zijn zo populair, dat er stapels van liggen in de boekhandels, en nog veel meer in de voorraadkamer, veronderstel ik. De bekeerlinge heb ik overgeslagen, weet niet meer waarom.
In principe is De opgang het soort boek waar ik van hou. Over een plek (Patershol in Gent), en een figuur, die staat voor een stuk geschiedenis waar ik niet veel van afwist (de collaboratie tijdens de tweede wereldoorlog). Ik ben dus met erg veel goesting begonnen, en het duurde even voor ik doorhad dat het toch niet werkte zoals ik had verwacht. Eerst viel het mij op dat ik het boek mondjesmaat las, in heel veel kleine stukjes. Tijdsgebrek? Na honderd bladzijden besefte ik dat het me niet boeide. Kan een boek interessant zijn en toch niet boeien? Ja dus.
Er is iets dat maakt dat deze roman droog overkomt, helemaal niet glijdt. Ik heb me er dus wat moeten doorworstelen. Zo van, jammer dat ik aan dat volgende boek, dat al even klaar ligt, niet kan beginnen. Zo van, ik heb een mooie papieren editie gekocht, met hardcover, dat kan ik niet ongelezen laten. Dat is dus geen goed teken.
Naar het einde werd het in mijn ogen weer beter. De afgang lag me meer dan de opgang. Maar ik weet niet precies te duiden waar het fout ging bij mij. De afwisseling van de bezichtiging van het huis met de notaris en de stukjes uit het leven van Willem Verhulst vond ik te repetitief. En ik was op geen enkel moment weg van de twee hoofdpersonages, Willem en Mientje. Geef mij maar Elsa en Griet. Vrouwen om van te houden.