Ik heb een zoekmachine op m’n digitale bibliotheek gezet. Zo kwam ik er achter dat ik vijf jaar en één maand geleden de debuutroman van Lize Spit had gelezen (Het smelt). En ook dat ik bij deze opvolger (Ik ben er niet) dezelfde indrukken heb. Goed dus.

Ook nu heeft ze een bestseller geschreven, die vooraan staat in alle verkooplijstjes en op alle boekentafels ligt. En ook nu weer viel het mij meteen op hoe goed ze schrijft. Lize Spit lezen is een plezier. Deze tweede roman, vond ik, bood net wat minder weerstand, houdt minder verborgen, maar dat vond ik geen nadeel. Ik heb zelden een boek sneller doorgelezen. Misschien, daar ben ik weer, zijn het wel wat veel bladzijden. Honderd minder had ook gemogen, zonder kwaliteitsverlies. Vijfhonderdzeventig pagina’s, is dat geen inbreuk op iemand zijn vrije tijd?
Gelukkig zijn het allemaal goede bladzijden, en heb ik me geen seconde verveeld, of ben ik niet diagonaal gaan lezen.
En nog dit: ook bij dit boek vond ik de uitgave aartslelijk. Toen ik over de eerste vijftig bladzijden zo enthousiast was, ben ik naar de boekenwinkel gelopen om de papieren versie te kopen. Maar dat heb ik dus niet gedaan. Wat jammer, dit boek verdient zoveel beter. En dus heb ik digitaal genoten.