Na het bekijken van een interview in Brommer op Zee verwonderde ik me erover dat er in ons taalgebied erkende schrijvers zijn waar ik niet eerder van had gehoord. Dat zou niet mogen. Daar moest ik dringend iets aan doen. In de boekenwinkel hadden ze de laatste roman van Robbert Welagen niet, maar wel een vroegere, uit 2015. Dus ben ik in afwachting met In goede handen begonnen.

Mooie uitgave trouwens, (te) veelkleurige hardcover. Een dunne roman, zo’n 150 bladzijden. Die intrigerend begint, al vond ik het hele gedoe rond de twee bijna gelijke Erik Bergmans heel karikaturaal, en blijkbaar vindt de auteur dat ook, want hij gaat er niet echt mee door. Veel boeiender vind ik de kinderwens van Carolien, zijn vriendin, en het samenleven in die kleine flat in Utrecht. Maar ook dat gaat niet verder in het boek. En zo zijn er wel vier of vijf stukken in deze roman, toch een beetje losse endjes, die nergens toe leiden. Dat het vlot geschreven is maakt niet alles goed.
Ik lees in een recensie over de lichtheid van Welagen. Ja, naar mijn smaak mag het wat zwaarder. Wordt vervolgd …