Wij zijn nooit alleen

Ik heb er even moeten op wachten, op de verhalen van Bart Meuleman. Eerste kennismaking trouwens, en waarschijnlijk blijft het daar niet bij. Want ik was bij het begin van Wij zijn nooit alleen erg enthousiast over de verhalen. Over de eerste alinea’s van Apen schudden bijvoorbeeld (wat een gekke naam): “zoals anderen ontwikkel ik uiteraard wel ideeën en af en toe zelfs een plan, maar zelden komt daar iets van terecht”. Het verhaal gaat over een betekenisloze fietstocht, en daar boeiend kunnen over schrijven vind ik al een prestatie.

Het is niet mijn gewoonte om te citeren uit boeken. maar bij Bart Meuleman wil ik dat wel doen. Over de gevorderde leeftijd bijvoorbeeld (stel, een man van zestig): ‘Er zou nog iets moeten gebeuren. Maar wat? Ja, dat is ongeveer het probleem. We beseffen dat er nog iets zou moeten komen, terwijl we weten dat er al veel te veel voorbij is. Of nee, er is nog maar veel te weinig voorbij. Er had al veel meer voorbij moeten zijn. En wat nog moet komen, komt maar niet.

De bronafbeelding bekijken

Maar er is ook iets mis met dit boek. Het is geen echte verhalenbundel. Naar het einde zijn er ook stukken opgenomen over kunst. Die zijn zeker het lezen waard, maar ik vond het toch een breuk. En ik miste dan ook wat foto’s, ter illustratie.

Er is verhaal en er is essay (of zoiets). En de twee door elkaar halen, is niet mogelijk. Al komt Meuleman in het laatste ‘stuk’ (Wij zijn nooit alleen) wel dicht in de buurt. Wie bij het lezen van de laatste bladzijden van deze bundel kan weerstaan aan de zoektocht naar die fameuze foto van Eggleston op het internet, heeft er niet veel van begrepen. Bart Meulemans maakt ons nieuwsgierig. Als twee voyeurs staan we naar dat meisje te kijken (alleen voor de term ‘overgooier’ is dat stuk de moeite waard.)

Plaats een reactie

close-alt close collapse comment ellipsis expand gallery heart lock menu next pinned previous reply search share star