Omdat het zo’n bestseller is, en ook omdat ik hier en daar een positieve commentaar heb gehoord/gelezen, en ook omdat er een pocketuitgave is die goed in de hand lag. Zowel op de voor- als op de achterflap stonden lovende commentaren. Dat had me al moeten wantrouwig maken.
Want ik wil er geen twijfel over laten bestaan: ik vond The Midnight Library een draak van een boek. Het zit zo: eerst vond ik het best onderhoudend, dan werd het onhandig en voorspelbaar, en op het einde ronduit irritant. Het is lang geleden dat een boek mij zo ergerde (het moet geleden zijn van Au nom de tous les miens van Martin Gray, een boek dat we moesten lezen in het secundair onderwijs en dat me altijd is blijven achtervolgen).

Wat ik er vooral van onthoud: dat we de verschillende dromen die we hebben, van anderen levens, van hoe het had kunnen zijn, dat we die best voor onszelf houden, en weer laten wegwaaien zoals ze aangewaaid kwamen. Want om die dromen met elkaar te verbinden gebruikt Matt Haig het erg ongelukkige beeld van boeken in een bibliotheek (het kan nog erger: een personage beleeft het als video’s in een videotheek). En is het niet dramatisch dat elke lezer na ongeveer 80 bladzijden al exact weet hoe het zal aflopen, 200 bladzijden verder? Maar daarvoor eerst langs een tiental levens moet, waarvan de meeste wel erg karikaturaal voorgesteld worden (zoals de rockster), en het bijna een spelletje is voor het hoofdpersonage (Nora) om er telkens achter te komen wat ze doet, met wie ze getrouwd is, hoe haar vrienden heten, …
Neen, dit heb ik duidelijk niet graag gelezen. Nood aan tegengif.