Wat heb ik de laatste tijd gemist? Met die gedachte loop ik soms rond in een boekenwinkel. Er zijn honderden antwoorden. Zoals de romancyclus van Roy Jacobsen over de Noorse eilandbewoners. Al was het maar voor de mooie covers. En als de uitgever dan ook nog eens deel 1 aan een lagere prijs aanbiedt ( € 15) weet ik dat het tijd is om mijn schade in te halen.
Vreemd boek. Het heeft echt lang geduurd voor ik er een beetje inkwam. Ik heb niet zoveel met oude landbouwwerktuigen, en al helemaal niet met visvangst. Tot grote ergernis van enkele groot- en overgrootvaders ongetwijfeld. Ik weet niet meer wat een vlotter is, en beemden. Of wat ze precies bedoelen met turven steken of vis vlinderen. Het boek staat vol met zo’n woorden, en telkens betrap ik er mij op dat ik zelfs te lui ben om ze op te zoeken (ach laat maar …). Dat getuigt niet van een grote betrokkenheid.

Als in veel dialogen de personages dan ook nog naast elkaar spreken, of de lezer een hoop zelf moet raden, dan ben ik helemaal verloren. En op sommige plekken in De onzichtbaren was ik dat. OK, er wordt een sfeer gecreëerd. Maar daar was ik niet naar op zoek.
Soms ook niet. En ik heb ook wel gehouden van dit boek. Alleen jammer dat de meest boeiende passages niet lang duren, en er blijkbaar ook niet echt toe doen. Dat was voor mij zo toen de vader en de moeder van Suzanne en Felix, behoede commerçanten, zomaar verdwenen en Ingrid, het dienstmeisje alleen achterbleef, met de zorg over twee kleine kinderen. Ik had hier graag een hele roman over gelezen. Maar al snel begint het weer te vriezen, valt er sneeuw, hangt er mist, waait de westenwind, de noorderwind, whatever. In dit boek is het weer wel heel present.
Zo. Ik heb genoten van De onzichtbaren. En neen, ik zal deel 2 van de romancyclus niet (meteen) lezen.