Ik ben geen voorstander van zelfhulpboeken. Oliver Burkeman maakt eerst duidelijk dat we niet lang (meer) te leven hebben (ik kan maar net aan de verleiding weerstaan om de bolletjes in te kleuren op de binnenflap) en geeft dan aan hoe we dat (voor de resterende weken) best doen. Dat is behoorlijk pretentieus, maar er zit ook waarheid in.
De echte reden waarom ik me dit keer wel liet verleiden, is de leuke uitgave. Ik heb blijkbaar iets met schreeuwerig blauw en geel, met een mooie letter, paginanummers op halve hoogte, … Ik zag het boek liggen op de filosofie-tafel bij Theoria, en wou niet zonder boek naar buiten.

Drie weken later heb ik het boek uit. Die drie weken (weeral drie minder) had ik ongetwijfeld beter kunnen besteden. Al waren het gelukkig maar enkele halve uren, telkens voor het inslapen. Maar gelukkiger of wijzer ben ik er niet van geworden.
Of ik ooit gelukkig of wijs word valt trouwens te betwijfelen. Als ik me laat vangen aan zo’n boek. Wat heb ik ervan onthouden? Dat ik niet te ambitieus mag zijn, mij moet neerleggen bij de beperkingen. Best mijn gevechten kies.
Wat mij nog het meeste ergert (want het was geen leuke lectuur): dat er zo drammerig wordt gedaan. Dat alles tien keer wordt gezegd, met bronnen en voorbeelden. Alsof de auteur een strijd voert.