Na de lofzang van Dirk De Wachter (in Touché) vond ik de tijd gekomen om Houellebecq te lezen. Was me eerder al eens niet gelukt, maar ik moest waarschijnlijk harder mijn best doen. Met z’n recentste Anéantir was de kennismaking gedoemd, maar bij La Carte et le Territoire (Prix Goncourt 2010) was de eerste ervaring beter.
Ik heb het hele boek dus uitgelezen (op m’n Kindle). Niet echt van harte. Ik ben voortdurend blijven zoeken naar wat anderen zo geniaal vinden aan Houellebecq. OK, hier en daar staat er een pensée die even blijft hangen. En dan heb ik weer moed voor enkele bladzijden. Maar geboeid? Neen, dat was ik bij La Carte et le Territoire nauwelijks.

Had trouwens het gevoel dat het om twee boeken ging, die weinig met elkaar te maken hebben (behalve dat de schrijver zelf en een succesvolle schilder er een rol in spelen). En verder heb ik me vooral geërgerd aan het introduceren van bijrolletjes voor bekende Fransen in de roman (vooral om hen belachelijk te maken). Dat is een van de redenen waarom ik nooit Brusselmans lees. En dus was ik niet blij om te zien dat Houellebecq vrolijk hetzelfde doet. Geen idee waarom.
La Carte et le Territoire was dus mijn eerste, en ook meteen m’n laatste Houellebecq. Geen idee waar De Wachter zijn fascinatie haalt. En hij niet alleen.