Mario Vargas Llosa, mijn favoriete schrijver, wordt donderdag 88 jaar oud. Dat is er, al een jaar of tien, aan te merken. Zijn pen wordt minder scherp, zijn fantasie alleen maar braver. Maar ik blijf fan, ook in mindere tijden.
Le dedico mi silencio is half documentaire half roman en speelt zich af in Peru. Jammer dat de geschiedenis van de Peruaanse volksmuziek me niet interesseert. Anders was dat misschien een mooie afwisseling geworden. De roman speelt in Lima, waar Toño Azpilcueta een gitaarconcert bijwoont van de voor hem onbekende muzikant Lalo Molfino. Toño is helemaal weg van het spel van Lalo, maar hij verneemt al snel dat Lalo gestorven is, kort na het optreden in Lima en na een tour in het buitenland in armoede gestorven is. Toño Azpilcueta besluit op onderzoek te gaan (een vriend leent hem het geld) en een boek te schrijven over de veel te jong gestorven gitarist. En zo verder: een hoofdstuk over de geschiedenis van een Peruaanse muziek en dan weer over de zoektocht naar de verdwenen muzikant.

In het begin was ik moedig en worstelde me door alle hoofdstuken. Maar na halverwege sloeg ik de geschiedenis over en interesseerde ik me enkel voor het verhaal. Mario Vargas Llosa had natuurlijk moeten weten dat geen enkele niet-Peruaan zou geboeid zijn door het hele boek. Dat kan je hem verwijten. Het verhaal over Lalo Molfino blijft wél boeien.
In het afscheidswoord schrijft Mario Vargas Llosa dat zijn laatste boek een essai wordt over Sartre. Hopelijk kan hij dat nog afwerken. Daarna kan de grootmeester voldaan terugkijken naar zijn ‘oeuvre’.