Biografieën blijven mij aantrekken. Ik vind het gek, want ik zou ze zelf lezen als ik de persoon van wie het leven wordt beschreven helemaal niet ken. Ik vermoed dat elk leven wel iets boeiends heeft.
Voor de biografie Edvard Much: behind the Scream was er een aanleiding: de reis die we een paar weken geleden maakten naar Noorwegen. Ann las de biografie geschreven door Alte Naess, ikzelf koos voor de recentere door Sue Prideaux. Die er ook een prijs mee won (de James Tait Black Memorial Prize for Biography). Een dik boek met kleine letters, ook nog eens in het Engels. Ik ben er zeker twee maand mee zoet geweest.
We wilden de schilder leren kennen, omdat het nieuwe Munch-museum een van de hoogtepunten van de reis zou worden. Dat was een goeie keuze, want Munch is zo’n boeiende figuur, en zijn schilderijen én het museum in Oslo waren prachtig. Ik heb het boek pas vanmorgen uitgelezen. Als ik dat vóór de reis had gedaan (wat natuurlijk de bedoeling was), dan hadden we net zo goed de hele zomerreis aan Munch kunnen ophangen. De plaatsen bezoeken waar hij heeft gewoond en gewerkt. Moeten we zeker eens doen: een reis helemaal rond één persoon.

Sue Prideaux is een naam in biografieën. Na Munch waagde ze zich ook aan Nietzsche, Strindberg en Gauguin (komt volgende week uit). Niet toevallig figuren die Munch ook heeft gekend. Je moet er als lezer wel je hoofd bij houden. Geen ruimte voor verstrooiing.
Ik sta te kijken van de uitgebreide bibliografie, en hoe ze erin slaagt om van een hele hoop feitjes een coherent verhaal te maken. Als Munch het zou lezen zou hij waarschijnlijk een massa correcties aanbrengen, maar zo gaat dat met biografieën (en levens).
Een echte aanrader dus. Ook door de vele illustraties (precies honderdvijftig). Een autobio zonder afbeeldingen zou ik ontgoochelend vinden.