De tweede roman van Angelo Tijssens. Ik merk dat ik die precies twee jaar na de eerste gelezen heb. In Theoria hadden ze het niet. Dus heb ik het besteld.
Net zoals over De randen ben ik enthousiast. Zoals over hoe Angelo Tijssens schrijft. Dat uitgepuurde, tot het essentiële beperkte is mij heel dierbaar. Geen tierlantijntjes, geen deco en geen lange beschrijvingen. Het lijkt zo simpel, maar het is even zeldzaam. Sommige zinnen hebben niets bijzonders maar veroveren meteen mijn aandacht. Zoals “Het moet al middag zijn en ik zou een broek moeten aantrekken”. Baf.

Er zijn twee dingen die ik wat minder vond in Het einde van de straat. Het verhaal is soms wat onsamenhangend. Dat stoort me niet sterk, omdat ik helemaal in de ban ben van de stijl. Een klein beetje maar.
En dan, ik durf het bijna niet te schrijven, had ik het lastig met enkele scènes waarin de fysieke liefde wordt bedreven. Ligt natuurlijk helemaal aan mij, en dat wil ik Angelo Tijssens niet euvel duiden. De passieve rol, de penetratie, het glijden. Ach, ik ben een jongen van mijn tijd, en ik heb het er nog wat moeilijk mee. Arme ik.
Voor de rest ben ik dus grote fan. Jammer dat bij de scenario’s die Angelo Tijssens schrijft de stijl en taal wat minder op de voorgrond treden. Daarin is hij nochtans het grootst.