Van Eduardo Halfon had ik nooit gehoord. Een recensie van de vertaling van het boek Tarántula in het Nederlands stond in DSL. Ik kocht de Spaanse versie op Amazon.
Halfon blijkt uit Guatemala te komen (heb ik ooit iets van dat land gelezen?), maar ook uit Florida, en Parijs, en Berlijn. Deed me wat denken aan Vargas Llosa.
Tarántula gaat over een kamp (in Guatemala) waar Joodse kinderen moeten gesterkt worden en voorbereid op bedreigingen zoals in WO II. We zijn in 1984. Eduardo is 13 en woont op dat moment niet meer in Guatemala, maar zijn ouders sturen hem toch naar het kamp (vooral de vader wil de Joodse tradities in ere houden).

Het kamp, waar de kinderen overlevingstechnieken leren, gaat op een dag helemaal uit de bocht. Om de kinderen een goed idee te geven van wat Joden in de oorlog hebben doorstaan maakt de leiding (en vooral Samuel) het levensecht. Bedreigingen, wapens, geweld. Eduardo kan het niet meer aan en vlucht in het bos, waar hij verdwaalt.
Op het einde van het boek heeft Eduardo een ontmoeting met Samuel in Berlijn, zoveel jaar later.
Er waren een paar passages waarbij ik de interesse verloor, maar naar het einde was ik er weer helemaal bij. Mooie uitgave ook!