Allah n’a rien à faire dans ma classe (Enquête sur la solitude des profs face à la montée de l’islamisme)

Onder die provocatieve maar ook heel duidelijke titel hebben Laurence D’hondt en Jean-Pierre Martin een hoop getuigenissen verzameld van Belgische Franstalige leerkrachten (lager tot hoger onderwijs). Zonder uitzondering maken ze zich zorgen om het islamisme op school en hoe dat de werking van die scholen bemoeilijkt of onmogelijk maakt. Sterke getuigenissen, uit het Brusselse vooral.

Centraal staat de laïciteit: hoe het dragen van de hoofddoek, en ook het niet willen bijwonen van bepaalde lessen, of het verstoren van die lessen tegen onze opvatting van wat een school zou moeten zijn ingaan.

Zelf heb ik dit als docent nooit opgemerkt, maar dat komt vooral door de geprivilegieerde situatie waarin ik werkte. Als ik lees hoe jonge moslimkinderen opgestookt worden door hun ouders, hun familie of door Moslimbroeders en aanverwanten, vind ik dat we terug moeten naar een hoofddoekenverbod, en naar een centrale houding (niet elke school apart laten beslissen). Dat vergt moed.

Viel me ook op: het zijn vooral oudere leerkrachten die protesteren. Hebben de jongeren zich neergelegd bij de inmenging? Of is er volgens hen niets aan de hand?

Allah n’a rien à faire dans ma classe doet nadenken. Vlaanderen en Frankrijk zouden volgens de auteurs een betere politiek voeren. Hopelijk klopt dat. Ik zag het boek voor het eerst op de tafel bij Corman in Oostende. Enkele weken later las ik het digitaal.

Heel nuttig zijn ook de toelichtingen die hier en daar in het boek staan. Dit is geen materie voor niet ingewijden.

Plaats een reactie

close-alt close collapse comment ellipsis expand gallery heart lock menu next pinned previous reply search share star