Mijn vorige leesontmoeting met Gaea Schoeters is al even geleden en was niet zo’n succes (geen idee waarom, vind ik niet terug in deze blog). Toen ik haar hoorde in Touché op Radio 1 was ik eerst aangetrokken door het interessante interview, en wou ik meteen een tweede poging wagen. Het geschenk heb ik gelezen op m’n Kindle.
Het begin van de novelle (in totaal 128 bladzijden) boeide me wel. Schoeters schrijft goed. Mooie taal en vlot te lezen. Die olifanten, ja wat vreemd natuurlijk, dat die daar zomaar gekomen zijn, maar ik was bereid om erin mee te gaan. En even dacht ik ook dat het een interessant politiek boek zou worden. Helaas, mijn aandacht bleef niet duren. Te veel olifanten, te veel mest, te weinig realistisch. Misschien stoort de gemiddelde lezer zich daar niet aan (heb even gespiekt op Goodreads). Ik wel. Er zijn zoveel olifanten dat ze alle aandacht trekken, en dat er voor de (menselijke) personages nauwelijks nog ruimte is. Ze worden, in mijn ogen, karikaturaal. Misschien is dat ook wel bedoeld, een karikatuur, maar voor mij was het een afknapper. Wanneer op het einde alle olifanten weg zijn, blijft er niets meer over.
Dat olifanten in matriarchale verbanden leven, en de politiek een mannenzaak is, dat laagje gratuite feminisme kon het bij mij ook niet goedmaken.
Komt het ooit in orde tussen mij en Gaea Schoeters? Misschien wel. Over een paar jaar nog eens proberen.
