Op de tafel van ‘nieuw in de collectie’, in de bibliotheek in Kortrijk. Hoog tijd om me aan een Spaans boek te wagen. Is veel te lang geleden.
Eerlijk gezegd was een schrijver als Juan Gabriel Vásquez helemaal aan mijn aandacht ontsnapt. Oud worden zeker. Ik lees op internet dat hij tot de besten uit Colombia wordt gerekend. Een beetje de nieuwe García Marquez dus.
Die laatste komt trouwens voor in de roman Los nombres de Feliza. Het boek begint met een citaat van ‘Gabo’: La escultora colombiana Feliza Bursztyn, exiliada en Francia, se murió de tristeza a las 10:15 de la noche del pasado viernes 8 de enero, en un restaurante en París.
Die zin vat het hele boek samen. Het bewogen leven van kunstenares Feliza, haar radicale keuzes, de moeilijke relaties, de verbanning uit Colombia, het gevaar voor haar leven, de verzwakking van haar lijf. Tot ze in een Parijs restaurant sterft van verdriet. Op één van de koudste dagen van het jaar. Ze was pas achtenveertig.
Kan je sterven van verdriet? De echte reden komen we niet te weten. Vásquez is een begenadigd verteller, die zijn onderwerp goed beheerst. Die zonder moeite van generatie wisselt, die zichzelf ook in het boek schrijft. Moet ik meer van lezen. Al was het maar om het Spaans niet te verleren.
