Dat ik van dagboeken hou heb ik al vaker gezegd. Van Gerbrand Bakker had ik nooit gehoord. Dat is gek, want het is een van de meest vertaalde Nederlandse schrijvers. En waarom zou je een dagboek lezen van iemand die je niet kent. Goeie vraag.
Omdat het goed geschreven is, bijvoorbeeld. Van de bibliotheek las ik eerst fragmenten van Knecht, alleen (2020). In de mooie privé domein uitgave. Dan koos ik ervoor om het eerste deel van de dagboeken te lezen, uit 2016.
Jasper en zijn knecht is een zalig boek. Het overstijgt het ‘gewone’ dagboek doordat er lijnen zijn: vooral die van zijn hond Jasper, een echte probleemhond. En een compagnon de zich niet kan binden (wat vreemd voor een hond). Het boek begint met het nemen van de hond, en eindigt met het sterven. Daar vul je geen 380 bladzijden mee. Er zijn ook andere lijnen (de auteur wil echt dat de lezer kan volgen, via zijsprongetjes bijvoorbeeld). Het boek staat vol rake observaties, interessante bedenkingen, feitjes, frustraties, dialogen, enz. Dat het blijft boeien, dat is de verdienste van Gerbrand Bakker. Hij speelt met de taal, helemaal zonder pretentie. Vanuit zijn huis in de Eifel (daar wil ik zo snel mogelijk naartoe).
Zo snel mogelijk ook: een roman lezen van Bakker. En andere dagboeken.
