De drie delen van de autobiografie van Elias Canetti hebben vreemde namen. Te beginnen met de kinderjaren, en De behouden tong. Ik heb het boek gelezen, misschien veertig jaar geleden. Mooie uitgave van AP in de reeks privé-domein. Altijd bewaard. En nu, tegen mijn gewoonte in, herlezen. Met de intentie om ook de volgende delen aan te pakken.
Canetti is geen gewone schrijver. Ik sla hem hoog aan. Jammer dat mijn Duits niet goed genoeg is, en ik dus in vertaling lees. Gelukkig maakt de mooie uitgave dat deels goed.
Met als ondertitel Geschiedenis van mijn jeugd beschrijft De behouden tong de kinderjaren van de jonge Elias. Centraal staat de relatie met zijn moeder (en de ongewone jaloersheid), en ook met andere, geliefde en gehate familieleden. Maar wat mij het meest bijbleef: de veelheid aan details, het buitengewone geheugen van de schrijver, waarin geen enkele nonkel of neef, geen enkele klasgenoot of leraar, geen enkele plek of stad in de vergetelheid verloren gaat. Wat een contrast met mijzelf. Ik die bijna alles vergeten ben.
Of die veelheid niet verveelt? Neen, mij niet. Het zijn bijzondere jaren, van 1905 tot 1921, met dus de Eerste Wereldoorlog. Canetti lezen is ook een geschiedenisles. Misschien riskeer ik mij ooit aan Massa en Macht, zijn magnum opus, of aan Het Martyrium. Maar eerst dus de autobiografie. Deel twee is al besteld.
